Don Bosco, wat is dat??

Onze inspiratiebron is Don Bosco. Don Bosco was een priester die zich, in de 19e eeuw (1815 - 1888), in en rond Turijn inzette voor het leven en welzijn van de jeugd. Hij deed dit op een hele nieuwe, bijna revolutionaire, manier.

De Don Bosco- werkwijze wordt ‘het preventief systeem’ genoemd. De naam verwijst naar een centrale doelstelling van Don Bosco: preventie. Don Bosco wilde voorkomen dat jongeren tussen geharde criminelen in de gevangenis kwamen te zitten. Hij zag voor zichzelf een opvoedingstaak, maar hij had daarbij een bijzondere visie op opvoeden.

Opvoeden kende volgens hem vier hoofddoelstellingen:

  1. Verbondenheid; Zorgen dat jongeren zich verbonden voelen met elkaar en met de samenleving;
  2. Vrijheid; Jongeren bijstaan in hun zoektocht naar vrijheid en zelfstandigheid;
  3. Verantwoordelijkheid; Jongeren de ruimte geven om verantwoordelijkheid uit te oefenen in concrete situaties.
  4. Zingeving; Jongeren ondersteunen bij de ontwikkeling van hun identiteit door middel van open communicatie over de diepere bestaansgronden en de sleutelproblemen van het leven en het samenleven, maar dan wel altijd met respect voor de keuzes van jongeren.

Zo’n 150 jaar later staan deze gedachten van Don Bosco nog altijd op de voorgrond. De behoeften van de jongeren van vandaag zijn in grote lijnen gelijk aan die van de jongeren uit Don Bosco’s tijd.

Jongeren hebben het gevoel nodig dat zij er toe doen, dat zij iets betekenen voor anderen en een rol in de samenleving kunnen vervullen, dat iemand hen vertrouwt en respecteert en er voor hen is als dat nodig is. Zij hebben liefde, vriendschap en begeleiding nodig.

Een van de centrale kenmerken van de Don Bosco-werkwijze is aanwezigheid. In eerste instantie gaat het om fysiek aanwezig zijn: je bent erbij en deelt in het dagelijks leven van de jongeren, tijdens momenten van vorming en bezinning en tijdens sport en spel. Maar fysieke aanwezigheid is niet voldoende, het gaat ook om jouw houding erbij. Je bent een toegankelijk en aanspreekbaar persoon die op een gelijkwaardige manier met jongeren omgaat en in staat is in dialoog te gaan met hen.

Het gaat daarbij vaak om kleine dingen, zoals interesse tonen, mensen tegemoet treden, iemands naam onthouden. De belangrijkste elementen van aanwezig zijn, zijn: betrokkenheid, oprechte interesse, speelsheid en onvoorwaardelijkheid.

Betrokkenheid

Zonder jezelf op te dringen ben je aanwezig op de plaatsen waar de jongeren zijn om zo hun leefwereld van binnenuit aan te voelen. Wat bij jongeren speelt leer je pas als je tussen hen staat en met hen meedoet.

Oprechte interesse

Je bent oprecht geïnteresseerd in het geluk en het leven van de jongeren, je bent niet onverschillig, je bent blij als het goed gaat en maak je ook wel eens zorgen als het minder goed gaat.

Speelsheid

Je bent graag bij jongeren en deelt met plezier in spel en ontspanning.

Onvoorwaardelijkheid

Je bent onvoorwaardelijk aanwezig, stelt geen voorwaarden aan de inzet van jongeren en verwacht niet dat zij bij jou 'in het krijt staan' omdat zij door jou zijn opgevoed of begeleid. Jongeren worden geaccepteerd om wie ze zijn en weten dat zij niet in de steek worden gelaten als zij een fout maken.